“De risico’s verbonden aan genetisch gemodificeerde organismen zijn misschien niet altijd volledig gekend maar de beoordeling ervan is onderworpen aan één van de strengste procedures die er bestaan. ”

Wat was jouw motivatie om bio-ingenieur te worden?

Ik was van kindsaf aan al geboeid door genetica. Daarnaast deed ik ook graag wiskunde. De bio-ingenieursopleiding omvatte een ideale combinatie van mijn interesses en vormt een ideale basis voor mijn huidige job.

Wat doe je voor werk?

‘Bioveiligheid’ is een term die opduikt binnen de medische sector, voedings- of milieusector, kortom daar waar sprake is van biologische risico's. Binnen het kader van mijn functie verwijst de juridische term 'bioveiligheid' naar de veiligheid voor de gezondheid van de mens en voor het leefmilieu, met inbegrip van de biodiversiteit bij het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen (of micro-organismen) en bij het doelbewust gebruik van pathogene organismen binnen laboratoria, serres of animalaria (zogenaamde ingeperkt gebruik).
Onder pathogene organismen verstaan we organismen die een ziekte kunnen teweeg brengen bij gezonde mensen, dieren of planten. Genetisch gemodificeerde organismen (al dan niet pathogeen) zijn organismen waarvan het genetisch materiaal werd gewijzigd op een manier dat niet in de natuur voorkomt door voortplanting of door natuurlijke recombinatie. Deze laatste worden aangewend voor onderzoeksdoeleinden of worden ontwikkeld met het oog op de commercialisatie van producten binnen de landbouw-, voedings- of farmaceutische sector. Na een grondige risicobeoordeling van deze organismen brengen wij dus advies uit over de veiligheid ervan voor de gezondheid van de mens en het leefmilieu.

Toen ik hier net begon beoordeelde ik hoofdzakelijk bioveiligheidsdossiers betreffende het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde en/of pathogene organismen. Daarbij verleende ik voornamelijk wetenschappelijke ondersteuning aan de gewestelijke overheden. In 2010 werd ik mede verantwoordelijk voor de beoordeling van de doelbewuste introductie van genetische gemodificeerde organismen in het milieu, het op de markt zetten en de grensoverschrijdende verplaatsingen. Samen met een paar collega’s ondersteun ik de Adviesraad voor Bioveiligheid in haar adviesverlening naar de federale overheden en dragen we ook bij aan de ontwikkeling van leidraden op Europese niveau.
We spitten voortdurend de literatuur uit en vragen experten naar hun expertise in een specifiek domein. Uiteraard doet de risicobeoordeling nieuwe vragen rijzen en soms kan dit leiden tot een gebrek aan consensus tussen de wetenschappers over de interpretatie van bepaalde gegevens, wat eigen is aan de wetenschappelijke en kritische benadering van gegevens. De risico’s verbonden aan genetisch gemodificeerde organismen zijn misschien niet altijd volledig gekend maar de beoordeling ervan is onderworpen aan één van de strengste procedures die er bestaan.

Welk advies wil je startende studenten meegeven?

Ik ben na mijn ingenieursstudies aan een doctoraat begonnen. En mijn doctoraatswerk heeft mij wel geholpen om te beseffen welk werk er achter wetenschappelijk onderzoek zit. Er is een stevige dosis geduld, doorzettingsvermogen en creativiteit voor nodig. Voor mijn huidige job was een doctoraatsgraad trouwens een vereiste.

Ook wij studeerden af als bio-ingenieur in de Cel en gen: