“Ik ben in een andere richting gaan werken dan ik eigenlijk gestudeerd heb.”

Wat was jouw motivatie om bio-ingenieur te worden?

Mijn studiekeuze verliep niet van een leien dakje; ik vond het enorm moeilijk om een keuze te maken tussen de humane en positieve wetenschappen. Ingenieur worden lag goed in de markt in die periode en wetenschappen, wiskunde en landbouwproblematiek kwamen veel aan bod in de opleiding.

Ik was in een andere richting gaan werken (landbouweconomie) dan ik eigenlijk gestudeerd had. De professor in landbouweconomie bij wie ik deeltijds aan mijn thesis werkte, had een vacature voor een project van een half jaar en ik ben bij hem beginnen werken. Halfweg dat contract heeft dezelfde professor mij gevraagd om voor een ander project drie jaar naar Congo te vertrekken. Aan een dergelijke mogelijkheid had ik nooit gedacht, maar ik heb dat project aangenomen en het heeft mijn hele loopbaan een nieuwe wending gegeven.
Omdat ik economie wel zeer interessant vond en verder wou blijven doen, ben ik een doctoraat gaan doen in die richting (en had het geluk om aanvaard te worden met een beurs aan Cornell University in de Verenigde Staten van Amerika). Ik ben ontzettend blij dat ik dit gedaan heb. Het ingenieursdiploma van KU Leuven is wel van enorme waarde aangezien een gemiddelde bio-ingenieur student van KU Leuven goed mee kan aan topuniversiteiten in Amerika. Het educatiesysteem in België is internationaal van een enorm goed niveau. We vergeten dat soms.

Wat doe je voor werk?

Ik ben nu senior research fellow aan het International Food Policy Research Institute (IFPRI). Dit is een internationaal instituut dat deel uitmaakt van het CGIAR-systeem, een familie van internationale onderzoeksinstellingen die zich richten op landbouwonderzoek in ontwikkelingslanden. Ik doe onderzoek in landbouweconomie en landbouwbeleid in ontwikkelingslanden en hoe beleidsveranderingen kunnen bijdragen tot een beter functionerend voedselsysteem. Ik ben voor IFPRI gestationeerd in New Delhi (India) en doe specifiek onderzoek in Zuid-Azië over de veranderingen die er gebeuren in de commercialiseringketen van voedsel en wat de invloed daarvan is op arme mensen (boeren of consumenten).

Welk advies wil je startende studenten meegeven?

Creativiteit, sociale vaardigheden, openheid voor nieuwe omgevingen en goed kunnen schrijven zijn essentieel voor deze functie. Voor mijn onderzoek moet ik veel naar getallen kijken en veel statistische analyses uitvoeren. Maar daar komt natuurlijk veel meer bij kijken en je moet trachten te begrijpen wat er allemaal goed en slecht is in ontwikkelingssamenwerking en met economische ontwikkeling in het algemeen en wat de overheid eventueel kan doen om dingen te veranderen. In een dergelijk internationaal onderzoeksmilieu bezoek je enorm veel landen en kom je op plaatsen, veelal in landelijke gebieden, waar weinig Westerlingen komen. Onderzoek in de landbouweconomie is ook een beetje detective spelen. Met veel mensen praten en dan proberen te achterhalen hoe alles nu eigenlijk in elkaar zit en daar dan enquêtes over doen en modellen over ontwikkelen.
Er zijn heel wat vrouwelijke landbouweconomen in ons instituut. De genderproblematiek is ook van enorm belang in ontwikkelingslanden en ons instituut tracht zich uit te breiden in die richting.

Ook wij studeerden af als bio-ingenieur in de Landbouw: