“Voor landbouweconomen die willen werken in de ontwikkelingssamenwerking is er momenteel een sterke jobmarkt met veel interessante opties.”

Wat was jouw motivatie om bio-ingenieur te worden?

Toen ik ongeveer veertien jaar was had ik een boek met daarin vele beroepen en landbouwkundig ingenieur was een van de jobs die me het meeste aansprak.

Mijn beeld van het beroepsleven evolueerde tijdens mijn studie. In het begin dacht ik meer aan werken in de privésector, maar toen ik de laatste jaren meer op economie gefocust was, kwam ik in de ontwikkelingssfeer terecht.

Wat doe je voor werk?

Het begin van mijn carrière verliep wat stroef. Ik werkte een tijdje aan KU Leuven met korte termijncontracten. Een paar jaar na mijn afstuderen vond ik een prachtige job bij de Vlaamse
Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en technische Bijstand (VVOB), waarvoor ik vier jaar in Suriname heb lesgegeven en onderzoek gedaan. De Surinaamse economie was net lid geworden van de Caribische Gemeenschap (Caricom) en dus was het heel interessant om de voedingsindustrie te helpen meer competitief te zijn in de eigen markt.

Omdat ik me echt wou verdiepen in mijn vakgebied, heb ik daarna een MBA en een doctoraat gedaan aan Amerikaanse universiteiten. De opleiding in Leuven bleek me daar toch wel een stevige basis gegeven te hebben! Na mijn doctoraat in Michigan werkte ik daar een jaar als visiting assistant professor.

Ik wou echter weer in de directe ontwikkelingssamenwerking terechtkomen en ben dan naar het consulting bedrijf Development Alternatives Inc (DAI) in Washington D.C. gegaan. Dit bedrijf managet vooral projecten voor United States Agency for International Development (USAID), de Amerikaanse ontwikkelingssamenwerking. Het was een zeer boeiende job die toeliet waardeketens te gaan exploreren doorheen de hele wereld: mandarijnen in Albanië, rijst in West-Afrika, vis in Kenia, supermarkten in Indonesië, enz. Met deze jobervaring ben ik overgestapt naar FAO waar ik werk als marketing economist verantwoordelijk voor het beleidsvoerende werk, training, technische assistentie van agri-voedselsystemen en technisch advies betreffende de ontwikkeling van waardeketens aan interne eenheden van FAO en externe organisaties.

Voor landbouweconomen die werken in de ontwikkelingssamenwerking is momenteel een sterke jobmarkt met veel interessante opties. Het vele reizen, vooral in de consulting periode bij DAI, was wel een belasting op het gezinsleven maar het is een kwestie van de juiste balans te vinden tussen werk en gezin.

Welk advies wil je startende studenten meegeven?

Mijn tijd in Leuven was een zeer goede ervaring. Je moet knokken om bij te blijven met de studies en klaar te zijn voor de examens, maar er was toch wel altijd tijd om ook te genieten van de sociale aspecten. Ik heb een paar keer in de organisatie van het studentensongfestival gezeten, was lid van de eerste groep die Leuven Bloedserieus organiseerde, zat een jaar in het presidium van de Landbouwkring, organiseerde al eens iets met anderen zoals een jazznacht in de Gnorgl,... het waren zeker prachtige tijden.

Ik ontdekte dat in een laboratorium werken niets voor mij is. In de laatste twee jaren kon ik me toeleggen op de landbouweconomie, wat me meer aansprak omdat je alle aspecten van het agro-voedselsysteem kan bestuderen.

Ook wij studeerden af als bio-ingenieur in de Landbouw: